van kleur en geluid

een langwerpig schilderij in de breedte
daarop moeten de geluiden passen
als strepen vlekken vlakken ruw aangebracht
en teruggenomen
spetterend tetterend
zacht gloeiend golvend
het slome ritme van een kwast
die kleur morst en weer opneemt
het flakkerend lichte groen van schepping
het sonore geluid van purper
de witte wolken van bekkens
voortgedreven door een handvol penseel
en dan de stem die in het doek vreet
of het zachtjes vochtig likt
in kleuren van de binnenmond
nagezeten door iele strepen gitaar
opgebeurd uit het verdorde landschap
van de bas, zuchtend en soms kwaad
over zijn kleuren
de toeters en de bellen zorgen
voor de hoognodige rellen
dat decorum van felle ongelijkmatige
strepen in iedere kleur

oh, wat een geur
heeft deze verse verf
die nooit zal drogen
want als de geluiden verstommen
ruist het schilderij zwart na
als nooit geschilderd
wachtend op nieuwe klanken