dichtend verplichtend

mijn gedichten verplichten
want ik houd niet van stichten
ze mijden liefde en hoop
ze smeren geen stroop
ze weren iedere afkoop
ze manen tot actie, tot krenken
ze liegen de zaken niet dichterlijk aaneen
neen
ze verplichten
verplichten tot denken

de poëzie van wan en hoop
van het eindeloos verlangen
van liefde en van liefdesnood
zij kan mij niet bevangen

mijn handen strelen zacht het bos
zij koesteren vuile stromen
mijn ogen laten een zon opgaan
beneveld tussen bomen
de geuren die ik laat ontstaan
maken een gierput dronken
de kleuren van hun kleur ontdaan
zij weten niet te lonken
lawaai maakt ieder geluid ongedaan
motoren vullen de ruimte
en tussen mijn vingers vallen als zand
- ontglippend aan het leven -
veel mensen over de wereldrand
hun namen ongeschreven