grollen uit de buurman 3 (1982)

de stotteraar

De stotteraar heeft het heel naar
Hij wil wat zeggen, ma‑ma‑maar
De woorden steken in z'n strot
Dat is zijn vreeslijk lo‑lo‑lot.

een man uit Zweden

Een man uit Zweden zei tevreden:
Gelukkig woon ik hier in het noorden,
in onbewoonbare oorden.
Eens per jaar zie ik een fourageman
en daar baal ik dan al stevig van.

religie

Religie is het mooiste dat er is
Ik steel en doe m'n ogen dicht.
Ik bid ‑ OH, LIEVE HEER
Het mag niet, maar laat me nog een keer
Ik noem het anders, dat zult u begrijpen
Kunt u dan een oogje toeknijpen?

klaverdal

KLaverdal en keverkreek
Oh, wendde naar mijn oversteek
Dat naarstig en toch welbehaakt
De doortocht in de grode blaakt.

de as bakt

De as bakt alle peuken
De leun stoelt op de grond
En ik, ik drink een borrel
Met een shagje in m'n mond.

foefen

Het is goed toeven tussen de foefen,
zei de goochelaar.
En naar vernomen ook leuk bomen
in de twijfelaar
Maar nog prettiger dan pret,
is liggen soezen in je bed.