grollen uit de buurman 2 (1986)

wellust

Het water spetterde in haar gezicht
Ze deed terstond haar ogen dicht
En waarachtig, oh wat prachtig
Wellustig opende ze haar mond
En borrelde daar het water rond...

het noodlot

Het meisje droeg een zee bra
Ook haar broekje had veel streep
Een leeuw verwarde weldra
En bracht haar snel om zeep.