oh jee

De Rijn, de Waal en, oh jee, de Maas
zijn ons in dit neder land de baas.
Het water dat zij lozen in de delta,
vuil en ongeregeld, bij wijle overmatig,
kan slechts met dammen, dijken en gemalen
worden getemd door onze hand.

Gelukkig is er na de delta de zee
waar de golven met gretigheid
het afvalwater uit berg en dal,
alle sneeuw en regen en, oh jee, ook pis
ontvangen en koesteren in hun baren.

Maar water is water, van welke aard ook,
niets is zo betrouwbaar onbetrouwbaar
niets kent de sluipwegen en alle kiertjes
niets houdt zo van water als …. water
het trekt elkaar niet aan, het is, oh jee, één.

Nu wil het geval dat – het geval? wat? wat?
het water oprukt, weg van de vrieskou, brrr,
blij bevrijd uit gletsjers en de artica’s
het dankt ons voor zoveel co2 en vervuiling
ja, het is, oh jee, jubelend aan ’t golven

Maar als de rivieren bruisend afstromen
en de zee haar spiegel blij laat stijgen
ontmoeten ze elkaar, oh jee, halverwege
halverwege? van wat? waarvan? oh nee!
De Rijn, de Waal en ook de Maas, hoe dwaas
vinden hun delta niet terug en stuwen en
klotsen tegen duinenrijen wit zand

Het is misschien beter om al onze schatten
in een rugzak te proppen en naar hogerop
te verkassen, want water kent maar één grens,
nee, twee, ander water, zijn logisch element
èn de hoogten van echte hoogte, dus
Maas, Rijn en Waal kabbel maar mee met de zee
maak er een festijn van, een feest - oh jee