het woord is vlees geworden

we doen gewoon woorden – om te beginnen
ik raak dan verdwaald, maar nog bij zinnen
verward door alle wegbewijzeringen
heb trek in krentenbollen en dat soort dingen

niks aan de hand nog waar ik raak
oorverdovende stilte, geen enkel gekraak
dan een merel zoet zingend van verdriet
ze heeft een boodschap, maar ik versta haar niet

plots is er licht knetteren in mijn oor
gek, maar ik strompel eenvoudig door
linksaf, rechtsaf, een woord, bevel, een groet
onbegrijpelijke woorden stromen mij tegemoet

het wordt druk in straten en op pleinen
ik kom met mijn woorden niet in het reine
reeksen eigen meningen, gebracht als brei
maken van mijn strompelen een struikelpartij

het ruikt naar parfum met mayonaise en friet
het doet de smaken die ik had teniet
doorklieft mijn kleding, scheurt en kleurt
ik warrel als een blad, wat is hier gebeurd?

wat is losgebroken in dit gebroken rood
welke onoplettendheid overwon de dood
wie had z’n vingers in mijn huid geplant
wie krijsen daar en schreeuwen brand?

ik verzamel mijn woorden en slik ze in
de steedse vijand, vriend van het gewin
vernietigt om te bouwen, veel en hoog
een zwarte wereld zonder verder betoog

slechts enkele letters, bondig en kort
doen kond van hoe het worden verwordt
robots verwerken de armlastigen tot pulp
de rijke overwinnaars bieden geen hulp

in mijn gedachten zie ik ze bruisend begaan
de onbegrepen wetten der natuur krijgen ruim baan
nog een laatste bloedbad - met het menselijk genoom
ik zit ondertussen met de rug tegen een boom

en: ik zucht
krijg geen lucht
overweeg een vlucht …