Door de waanzin een waarheid bovenspittend (2015)

Daar komen ze aan, de hakken klakkend,
de voorbeelden die gesteld worden,
de preventieve maatregelen, het pasje,
- een woekering van angst -
van halve gedachten en hele maatregelen,
een kakofonie van kwebbelend eigenbelang.
Wat eten we vandaag, Thais? of Indonesisch?
Ja, wij zijn internationalisten en roven
onze smaak uit alle windrichtingen,
overal is iets te halen dat ons dient,
een werkelijk verbluffende diversiteit,
zo enig!, en met hoe weinig die mensen
tevreden zijn!

Wapenfeiten, natuurlijk, innovaties, plop,
dat neem je ons niet af, caramboles, smashes
top of the flop, plop, plop, pop, flopperdepop,
dadendrang, excellente expertise,
professioneel zoals wij ons soepel
door de wereld sporten, spurten - smash!,
beschermd door patenten, radar en kogel-
vrije vesten, leugens onder copyright.
Met Beethoven als behang, evenals Bach,
Mahler en Dixieland, de mars der flierefluiters.
Beschaving kortom, alom, wederom, kom, kom
voeg u als een scheermes, doe uw roots aan
vang wind, blaat!
Recepten zijn vrij en verplicht verkrijgbaar:
arsenicum voor de ziel, slaapmiddelen,
en sedatieven,… worst ook.

En dan schieten we een Kalasjnikov leeg,
als een natuurramp, bijvoorbeeld op de
kogelvanger met de zwarte kinderogen,
de hulpeloze handjes rond z’n bal.
De moeder, zijn aarde, vol zaad gespoten,
haar handen reikend naar een dode god.
Dan een doodsteek door al haar vliezen heen,
onbereikbaar de hulp, die alles net even
uitstelt, behalve honger.

En over honger gesproken, waar zijn de
bitterballen, de kaasstengels, de rotsjes,
de gepelde haringen en geraspte kokos.
Nee, nee, vandaag moeten het donuts zijn,
geeft meteen weer energie om verder te verlangen
en om te werken, tegen te werken, af te
werken, een hak te zetten, na te schoppen
over te halen en in te palmen, eh, eh,
te managen en te marketen, te winsten
- want waar winst is, is een weg, een uitweg
een vluchtweg, soms een tussenweg,
een sprong vooruit, een vaart der volken,
in de wolken met de poten op de aarde,
vertrappend wat daar groeide,
de idylle bedillend.
Want wat moeten we met natuur?
Dat geschakeerde groen waar vogels
snateren en beren broodjes smeren,
dat smerige milieu dat ons bedreigt,
dat ons aanvalt alsof we wilden waren…
Wij die de beschaving uitvonden.

Wij die alles meten en archiveren,
die dagelijks nieuwe kleinoden toevoegen
aan het pretpakket van onze luxe,
volgens een geheim en mysterieus plan
van vooruitgang en verslaving, hooked,
want als wij niezen stormt het en
als wij kakken smelten de polen.
Onomkeerbaar, zonder tegenkrachten
ontketenen we machten.
Wij neuken slechts in vlagen van geweld,
trefzeker en vernederend vullen we
ieder gat met ons onvruchtbaar zaad,
onze wil is wet en die is rechtvaardig.
Kom, kom, geen protesten, geen verweer,
heb gevoel voor verhoudingen, dit
alpha en omega en jota van de kunst,
deze smeerboel van de goede smaak,
begeleider van onze braspartijen en
ceremonies en rituelen, onze tweede huid.
En, de ballen, want wij hebben het druk.
Druk, druk, druk, noemen we dat,
opdat wij verdienen wat ons toekomt
en ons toekomt wat we verdienen.

Verderop krakeelt het onderhuids,
in de hoofden is er een opstand,
een complexe strijd zonder argumenten,
maar met het gevoel te behouden,
het gevoel te verjongen.
Wij kijken daar niet van op, zien het niet,
wij horen slechts een slissend slijpen
van metaal tegen metaal, ononderbroken
een achtergrondmelodie bij stralende
gelukkige, hovaardige dienstbaarheid.
En we zien ondoorgrondelijkheid,
koopwaar voor een grijpstuiver
- wat een wederzijdse blijdschap!
Wat een onnozelheid in de luxe van ons hoofd,
we zijn in alle hemelen in alle staten.

Dan zijn wij plotsklaps in staat van paraat,
de rook opgetrokken, ónze mist geworden,
onze goedertierenheid weg getierelierd.
Een enorm zelfbewustzijn maakt zich
van ons meester tot het einde van de straat
waar onze barricade staat.
Daar hikken onze gedachten,
stremmen onze stemmen,
stampvoeten onze gevoelens,
wreken wij onze onmacht,
net als altijd.
Want niets veranderde, behalve onze angst.
Het slissend slijpen maakt nerveus,
rituelen zijn ineens geen folklore meer,
ondoorgrondelijkheid wordt achterbaksheid,
de glimlach wordt een verleidingslist,
die met het slijpen mede slist.

Alle woorden worden hoeren van het gelijk,
gehusseld in tableaus vivants
van exorbitante afmetingen,
krijsend klaarkomen imiterend.