de roodkeel nachtegaal

De roodkeel-nachtegaal had een rode keel
en deed wat nachtegalen zoal doen: kwetter kweel.
De mensen stroomden in bewondering toe
en zoals u weet, maakt bewonderen moe.
De tijd werd verbeid met wachten en lummelen
- hoe gaat het nou met die Van Pummelen? -
en met het nuttigen van cola en friet
Toen strekte roodkeel z’n nek - kierewiet!, kierewiet!

Oh, wat was dit alles wonderschoon
en wat bleef dat vogeltje simpel en gewoon,
niks geen hautain ‘kijk mij eens mooi zijn’
maar eenvoudig zichzelf in ons aanschijn.
Het beestje had zich juist gepoedeld in een plas
spetter, spetter, bijna vergetend wie hij was.
Hij veegde z’n voeten, kamde z’n staart -
applaus voor deze exoot met rode baard.

Uit verre streken is hij juist hier neergestreken,
per vergissing, door een misslag of uitgeweken.
Maar hoe gastvrij wij ook zijn, met koffie en koek,
we moeten weten wat hij hier doet op bezoek.
Vangen dat beest dus en streng ondervragen,
want we willen geen ziektes of andere plagen.
Ring hem rood! Met GPS om zijn poot,
dan kunnen we ‘m volgen, deze vliegende idioot.

Hij zit, hoorde ik, nu in een andere struik,
een kleine sprong voor zo’n beestje
een grote voor mankind.