de kleurlinge

antraciet was haar kleur
haar borsten, heupen, buik
op het wondje na op haar knie
ze was gevallen, als vrouw
ze kon haar kleur niet vasthouden
ze scharrelde alle mogelijke potjes
met kleurstof bijeen en begon maar
met smeren en zoals dat gaat
met al die troep dooreen ontstond bruin
niet slecht, vond ze, maar er moet meer
zijn, ik poets er wat geel doorheen
er ontstond zo een vaal soort oker
maar mijn haren kunnen geblondeerd
en gevlochten en met rode lippen
en nagels in regenboog is het wat ik wil
toch was ze nog ontevreden – wat is oker?

wit moest het zijn en zou ’t worden
witter dan wit, zonder roze vlekjes
dan kon ze onderduiken in de blanke ras