we gaan de vijand afschilderen

ons penseel heeft van een kwast weg
ons mes snijdt in het doek
ons palet smurriet van kleuren
ja, wij zijn de ware ververs
als het om misleiding gaat

met krachtige hand strijken wij
de kaken op elkaar, de rug recht
we zullen laten zien wat kunst is
ja, dat kunst geen kunst is
dat slechts de wil hier verft

wij schilderen zonder compassie
daar dat onze waarlijke passie is
fel realistisch kwasten wij aaneen
tot een dramatisch hoogtepunt en
een fijne ejaculatieve signatuur

en na de noeste arbeid aan ‘t palet
delen wij uit, met gulle hand
onze doeken ontwaarden wat al hangt
oude meesters tranen aan lijst's onderrand
terwijl wij hun voorbeeld vervolmaken

het is het probleem van iedere vernieuwing
dat het soms verbaasd’ en scheve ogen zet
maar hoe kan iets zó vormgegeven falen?
ons voorbeeld zet als lopend vuurtje door
dra kwasten onze vrienden in koor

samen schilderen wij de vijand murw
vullen vlakken en vormen in, strepen
maar het werk is pas echt gedaan
wanneer wij voldaan onze kwast uitslaan
dan spettert ‘t bommen en granaten