de priesters

mannen in rokken en gewaad
in blauw en streepjeskrijt
ze behoeden goed en kwaad
ze zijn de weg nooit kwijt

bij alles wat ze verrichten
torent het goede hemelhoog
zij zullen nooit zwichten
in de strijd om een regenboog

dit nuttig uiterlijk vertoon
dat zij van zwier voorzien
leeft - zij het meer gewoon -
onder 't volk dat zich 'n tien
waant onder 't aards publiek
waar alles dat krom is recht
wordt met geëigende repliek