de goeden wij!

Woorden rijp en groen mengen zich
in het gekrakeel dat men teweeg brengt.

Voort! Voort! Onstuitbaar, vurig.
Vliegensvlug, vredelievend, verdwaald
Ratelend rantsoenerend, repeterend
Moedeloos moedwillig mei(ij)neten
De goeden, de goeden, wij!
Manisch zonderling zonder ding
De weg weg, het pad beklad
Er moet toch een route uit te liegen zijn?
Grenzen zonder grenzen, zestalig, viervoetig
Het hoofd op hol, leeg, gedreven
Tegen heilig beter weten in
Remmingloos goed!