inkeer en wederkeer

weer ben ik weg geweest
ondergedompeld in mijzelf
een reis, die zo niet heten mag
ontvluchtend vluchtend
zonder doel of bereik
badend in mijn eenzaam lichaam
roekeloos versnijdend wat
niet louter mijn is
hopeloos schijnend wat
zo dichtbij is
vluchtend ontvluchtend
in mijzelf.

maar
ik ben terug!

en nu?

nu wil ik met volle teugen geneugen
plenzen met wat ik heb
vibreren met wat ik kan
er met volle ogen zijn
en als een kroelend zwijn
de zinnen een baken verzetten
ja, ik wil met volle teugen.