het einde te paard

wanneer de zon in stralen uiteenvalt
ongenaakbaar en wreed
en de zee met golven bralt
de wind van geen richting meer weet …

het strand dan verlaten is
de mensen verkruimeld liggen
omdat zij het gelaten hebben gelaten
omdat de domheid wonden sloeg
en de moraal over was … en uit
en de laatste druppel bedrog
een vloedstroom vormde
de stad weer plat is als het land
het asfalt stuift van ‘t stof
en spoor roestend in de einder priemt …

en als ik dan te paard kan toezien
de teugels gelaten
de sporen in vers vlees
het hoofd in mijn wolken
mijn voeten in gruis en krom staal

dan begint mijn dag te tieren
ik zwaai mijn zwarte cape
ik zal het niet overleven
maar even … proef ik
een smaak van tederheid …

ik tuit de lippen in een laatste lied
ik struikel over zoveel eeuwen
ik grijp naar halmen zó ragfijn
dat zij nauwelijks zichtbaar zijn
… dan val ik in het niet