er is veel aan mij verloren gegaan

duigende plannen waren het die ik liet vallen
en met duizenden liet varen
niet voorbestemd tot nuttigheid
te slecht ontwaakt voor het leven.

het was geen onoplettendheid
geen gebrekkigheid aan streven
mij ontging de zin voor zinnigheid.

ik miste de trein die ons berijdt
in de haast en het gesjacher
in de tijd zo vol van eeuwigheid
tot geen stop of keer bereid.

jakkerend naar een volgend doel
dat steeds hetzelfde zou blijken
- te doen, te doen, te doen, te doen
je dagelijks aan een doel te ijken.

te prijken te lijken en op te strijken
te pikken te slikken en te verstikken
te waar te wie te wat en te waarom.

niet wetend waar ik aan begon
verliet ik het met zachte trom
en van motivatie zwetend
heb ik nimmer iets ontketend

- behalve mijn ketens dan.