een vlucht

als ik een straat beloop en
- als een ode aan de middenstand -
de middelmaat zie smukken
dan loopt mijn gemoed in één keer vol
ik weet dan niet meer welke rol
ik ooit zou kunnen spelen.

hoor ik echt in deze wereld thuis?
van glimmend blik en spiegelende ruiten
met asfalt - nat na een regenbui
met mensen - nat achter de oren
waar je blij mag zijn als je gewoon
met geld een boodschap kunt betalen.

dra spoed ik mij
met zere benen uit deze barbarij
en zoek een vertrekplaats van vervoer
- zo linea recta mogelijk -
naar mijn onmetelijke stulp
naar mijn dieren en mijn weiden.