de slaap vatten

ik heb mijn openingen grondig
van de wereld afgesloten en
concentreer me op wat komen gaat
de kamer zweeft mij en ik haar
ze kent de geheimen die ik nooit verklapte
maar die ze zag aan hoe ik mijn bed instapte
ze kent ook al mijn dromen
de natte deed haar overstromen
van leedvermaak en vaak
deed ze dan haar ramen open
en lokte iets van buiten
dat mij deed ontwaken
een soort kraken
misschien ook vogels of een tram

nu moet ze mij niet storen
'k wil niets zien, niets horen
de verbeelding die ik wil richten
geeft mij duizenden gezichten
die vloeiend transformeren in elkaar
hun expressies zijn onwaar
hun hoofden vallen leugenachtig samen
en weer uit elkaar, ik vaar
in deze camera obscura die mij projecteert

ik zie borsten in alle vormen en maten
die zonder reden golven en vervloeien
die zonder enige greep niet boeien
omdat ze zo vergankelijk zijn

ik doe mij sterren en strepen aan
op zoek naar allereerste liefdes
die besnoven en geroken zijn voorbij gegaan
maar die iets hebben veroverd aan herinnering
een blik, een situatie, een kentering.
de eerste keer dat ik zou neuken gaan
en voortijdig op het vloerkleed sprietste
de eerste zoele borst die ik ontvreemde
uit een beha, de ademhaling die dan zo anders is
het eindeloze kussen onder een lantaarnpaal
de vluchten, in en uit, door een onderraam
het kletsnat door de regen gaan
in een doorweekte geur van haarlak
het ruiken aan m'n vingers die nog vers
herinneren aan de juist bespeelde liefdesgrot
ach, stop met deze jonge heldinnen
we waren jong en wisten nergens van
we konden uren spelen zonder te beminnen
we beminden in een voortdurend spel