de dichter

ik dicht mijzelf de dichter toe
ik ontstulp en ontfutsel
ontrafel het licht tot kleuren
kleur mijn klein gebeuren
ik leur met klanken van mijn tong
verzoek de woorden
gelijk de veelvolheid van een gong
tot onontgonnen akkoorden

en dan, zwetend als de pest,
verzet ik het verzet
tot slechts tomeloos nog rest
een eenzaam eenvoudig pedaleren
leidend - schijnbaar moeiteloos -
naar een verborgen ondergang...

ik ben daar niet bevreesd voor
ik ben immers toch al bang