als een zwaluw

zo wendbaar als een zwaluw
wil ik me in de taal bewegen
de staart parmantig uit elkaar
als dreigde er nooit gevaar
met de snelheid van een speer
de scherpe kracht van een veer
maar dan toch graag met wat grond onder de kont
want heus, ik vlieg geen meter

slingeren wil ik als een aap
in woordenloof en takkentaal
de blote reet heel prachtig
verlokkend en heel krachtig
met handen en voeten in de weer
van woord naar zin en op en neer
maar dan toch graag met wat grond onder de kont
want heus, ik val uit bomen

desnoods wil ik als een mens
monddoodheid uitdrukken en wens
me dan uit te strekken en te rekken
te woelen in een slaaploze droom
de taal te pakken waar ze week is
horden van zin en onzin te nemen
maar dan toch graag met wat grond onder de kont
want heus, ik wankel als ik loop