het scheppingsverhaal

hij had zijn sporen aangedaan
zij zich in zilver gestoken
er scheen ook nog een vage maan
er was iets moois ontloken  

nevels hingen om hun halzen
hun stee was dennengroen en -geur
hun lijven glommen van de balsem
voor het eerst, nog zonder sleur

zij spreidde haar benen wereldwijd
hij stortte zijn zaad van eeuwen
geboren werden wijd en zijd
de kinderen en de goden