het drama van de tijd

Huisvlijt;
Kunstnijver­heid;
Twee kerels en een meid;
Kneu­terigheid;
Beroeps­nijd;
Zomaar spijt;
De meer­derheid;
Verle­gen­heid;
Veel te wijd;
Keu­righeid;
Vrinde­lijk­heid;
Wereld­wijd;
Zeer benijd;
Bedje ge­spreid;
Net op tijd;
Win­derig­heid;
Een bok voor de geit;
In het krijt;
Par­tijdigheid;
Hooi­mijt;
Een stevig ontbijt;
Kinds­heid;
Kin­dertijd;
Puber­teit;
Ranzigheid;
Abnor­mali­teit;
Ge­wapen­de strijd;
Mobie­le een­heid;
Sociale zeker­heid;
Majesteit;
Verant­woor­delijk­heid;
Onfeil­baar­heid;
Vrolijk, die studen­tentijd;
Honde­nschijt;
Preutsheid;
Perver­siteit;
Maagdelijk­heid;
Een rood tapijt;
Een purper habijt;
Haat en nijd;
Plicht en vlijt;
So­berheid;
Zuinig­heid;
Geborgen­heid;
Een groot verwijt;
Mem en Heit;
Weelderig­heid;
Genegen­heid;
Voor de eeuwig­heid;
Afbraakbe­leid;
Duurzaam­heid;
Tijd maal tijd is tijd;
Maaltijd;
Onsterfe­lijkheid;
Wijd verspreid;
Gege­venheid;
Gewoon een feit;
Neven­activiteit;
Armlas­tigheid;
Van wol gebreid;
De minderheid;
Dunne schijt;
Vleselijk­heid;
Kunstbe­leid;
Eigen­gereid;
Onaf­hanke­lijk­heid;
Vrij­heids­strijd;
Een mooie meid;
Lelijk­heid;
Oud en nog bij de tijd;
De over­heid;
En haar beleid;
Vlak en wijd;
Baantje kwijt;
Flexibili­teit;
Eer­lijkheid;
Recht­vaardig­heid;
Een beetje vrijheid;
Winstge­vend­heid;
Con­currentie­strijd;
Groots­heid;
Monu­mentali­teit;
Obsceniteit;
Individua­liteit;
Iden­titeit;
Veelheid ;
In ver­schei­den­heid;
Veel­kleurig­heid;
Penisnijd;
In de baas z'n tijd;
Een zwam die splijt;
De brons­tijd;
Alles op z'n tijd;
Lollig­heid;
Lullig­heid;
Open universi­teit;
De moderne tijd;
Huismeid;
Een mes dat snijdt;
De benen wijd;
Wijd gespreid;
Wanbeleid;
De kluit misleid;
Productiviteit;
Effectiviteit;
Nog meer gekheid;
Realiteit;
Of werkelijkheid;
Eindelijk bevrijd
Zijne heerlijkheid
't komt geheid;
Een hand die vrijt;
Een pik die glijdt;
Pruimentijd;
Hitsigheid;
Uitgedijd
Levertijd;
Kwali- en kwantiteit
Steeds bereid;
Een klap ten spijt;
Hebberigheid;
Driftigheid
Borreltijd;
Maatschappelijkheid;
Stommiteit;
Of onnozelheid;

Mag ik even ruimte en tijd?
Want alles ten spijt -
Doe mij maar luchtig­heid
En een snuf onnozelheid
Ik ben 't die u benijd
Ik ben namelijk geheid
de weg wat kwijt