de zon

de vlekken die mijn ogen vullen zijn geen tranen
meer is het zo dat zij verschijnen en verdwijnen
als bij de zon in het eindeloos op- en ondergaan
bij wijle zo verbaasd en diep ontroerd
bij wijle in tweespalt de aarde te belichten
want het zien daarvan roept zure golven op
en het weten drijft tot waanzin

de zon altijd bereid tot harmonie en vreugde
tot het verfraaien van dit aftandse tranendal
ja, bij wijle roept zij op tot die seconde rust
-- dit therapeutisch omkijkpunt --
bij wijle vraagt zij iets te laten
-- in plaats van te doen --
opdat iets wordt begrepen - ook dat nog!…
of vraagt zij enige consideratie

maar misschien verbeeldde ik het me maar
is het slechts eigenwaan die hier schijnt
is iedere keer er eentje meer
ja, dienen bochten en knikken nog slechts
als bewegwijzering van een rechte weg
… en waren het toch tranen!